Kung Fu
De Chinese gevechtskunsten bestaan waarschijnlijk al meer dan 3000 jaar. Ze zijn niet alleen bedoeld om te kunnen gebruiken als zelfverdediging, maar ook als een middel om de gezondheid te verbeteren en te behouden. Het is meer dan alleen sport. Het is lichamelijke en geestelijke opvoeding.
Ondanks dat het een mooi verhaal is, is het zeer onwaarschijnlijk dat dit de oorsprong zou zijn van de Chinese gevechtskunsten. De geschiedeis van de Chinese gevechtskuntsen gaat veel verder terug. Volgens velen is het ontstaan als een zelfverdediging tegen wilde dieren. De Chinese gevechtskunsten zijn grofweg in tweeën te delen. Ten noorden van de Gele Rivier liggen de noordelijke stijlen en ten zuiden de zuidelijke. In China luidt een bekend gezegde: zuidelijke vuist, noordelijke voet. Hiermee wordt bedoeld dat in het noorden de nadruk op beentechnieken ligt en in het zuiden de nadruk op handtechnieken. Wing Chun is een zuidelijke stijl.
In het noorden zijn de mensen over het algemeen langer en is de grond harder waardoor men vaker gebruik zal kunnen maken van beentechnieken. Een boer in het zuiden die tot halverwegen zijn knieën in de modder van een rijstveld staat zal minder snel gebruik van zijn benen maken. Ook wordt er in het zuiden veel gevaren. Op een boot wil je ook niet wankel staan, dus blijf je relatief laag en stevig op beide voeten staan.